Partners in BIZ

In ons bericht over onze BIZ-site stelden we al: waar interessant en voor de goede zaak zullen we samenwerking aangaan. Intussen zijn er handtekeningen gezet: Stichting CLOK is per 1 januari 2020 partner van BedrijvenInvesteringsZone.BIZ. CLOK staat voor samen bouwen aan een sterke, vitale en duurzame lokale economie, een missie die goed aansluit op wat we met BedrijvenInvesteringsZone.BIZ  en Geldstromen door de Wijk beogen.

CLOK ondersteunt ondernemers en gemeenten in de versterking van de lokale economie. Samenwerking is daarbij essentieel, zowel tussen ondernemers onderling, als tussen ondernemers en gemeente. CLOK biedt daarvoor een breed palet aan diensten aan, zoals leergangen en trainingen voor bestuurders, ondernemers, centrum- en parkmanagers en medewerkers van de gemeente. Onderwerpen betreffen praktische zaken: hoe de dingen aan te pakken, actuele ontwikkelingen in de economie en regelgeving en meer in de breedte kennisuitwisseling en samenwerking. Daarnaast organiseert CLOK evenementen, landelijk en regionaal, voor een breed of juist geselecteerd publiek over actuele thema’s. Ontmoeting en versterking van netwerken vormen een rode draad door alle activiteiten. 

Praktische ondersteuning behoort eveneens tot het dienstenpakket. Dat kan gaan om personele inzet als interimoplossingen en procesondersteuning, kwaliteitsborging en handige hulpmiddelen. Zo biedt CLOK een toolkit voor de oprichting van ondernemersfondsen, maar kan ook daarbij de nodige procesondersteuning leveren. Tot de ondernemersfondsen behoren ook de bedrijveninvesteringszones (BIZ-zen). Daarmee is de directe koppeling met BedrijvenInvesteringsZone.BIZ gemaakt.

Logo's BIZ en CLOK

Waar BedrijvenInvesteringsZone.BIZ zich met zijn website vooral toelegt op ontsluiting van voor BIZ-zen relevante informatie, vult CLOK dit aan met de praktische kant en het bredere perspectief van de lokale economie. Ondernemers, EZ-medewerkers en centrum- en parkmanagers vormen de primaire doelgroep. Dat zijn zij ook voor BedrijvenInvesteringsZone.BIZ, maar via Geldstromen door de Wijk wordt ook een breder netwerk en werkveld ontsloten rond de sociaaleconomische ontwikkeling van wijken, wijkondernemers, wijkbewoners en andere partijen die in en voor de wijken actief zijn. Ook de grondleggers van Geldstromen door de WijkLabyrinth Onderzoek en Advies en Pieter Buisman Advies, dragen bij aan de verbreding en verdieping van de expertise, het netwerk en het werkveld. 

Geldstromen door die Wijk staat voor meer rendement uit lokale geldstromen en lokaal vermogen. Ondernemerschap en samenwerking zijn daarvoor onontbeerlijk. In het verlengde daarvan past de eerdere overname van de website BedrijvenInvesteringsZone.BIZ en nu de samenwerking met CLOK.

Geld stroomt de wijk in maar ook weer uit

Deze samenwerking dateert overigens al van langer geleden. De voorzitter van CLOK, Herman Timmermans, leverde een bijdrage aan een van de Ontdekkingssessies van Geldstromen door de Wijk over ‘gebiedsondernemen’, een begrip dat in de samenwerking ongetwijfeld vaker naar voren gaat komen. Ook verzorgde hij werksessies op het Geldstromen door de Wijk Festijn. In 2016 over ‘Activeren van lokaal vermogen’ en in 2017 over ‘Ondernemersfondsen, vliegwiel voor de wijkeconomie’. Eerder zaten we met elkaar om de keukentafel over de BIZ, over hoe wijken en werkgebieden elkaar kunnen versterken in ondernemerskracht, werk en sociaal en economisch rendement.

Dit gesprek gaan we de komende tijd ongetwijfeld verder voeren, met elkaar en vooral met de spelers in het veld. Dat kan in de vorm van seminars, werksessies op locaties, publicaties en participatie in concrete acties en projecten in het veld. Met het partnerschap ligt een breed scala aan mogelijkheden in het verschiet om in samenwerking met lokale spelers de lokale economie te versterken en de maatschappelijke winst te vergroten.

Geldstromen en de BIZ

Geldstromen door de Wijk heeft nu een aparte website voor de BIZ: BedrijvenInvesteringsZone.BIZ. In een BIZ investeren ondernemers gezamenlijk in de kwaliteit en economische kracht van hun gebied. Dat doen ze met eigen geld. Iedereen heeft er baat bij en iedereen doet mee. Een BIZ haalt meer rendement uit lokaal vermogen en lokale geldstromen. Geldstromen door de Wijk wil voor de wijk meer waarde halen uit de geldstromen door de wijk. Ondernemerschap en samenwerking zijn daarbij cruciaal. De BIZ past daar helemaal bij. BIZ-zen kunnen bijdragen aan de sociaaleconomische versterking van wijken. Bovendien bieden ze een inspirerend voorbeeld voor ondernemende wijkinitiatieven.

Geldstromen door de Wijk zag dan ook zijn kans schoon toen Joost Menger zijn BIZ-website te koop aanbood. Joost Menger is voor de BIZ, ofwel de bedrijveninvesteringszone, een wegbereider en stimulator van het eerste uur. De ervaring en informatie die hij in de loop der jaren met BIZ-zen heeft opgebouwd, deelde hij met iedereen via zijn website.

10 jaar BIZ

In Nederland bestaat de BIZ nu ruim 10 jaar. De eerste BIZ-zen dateren van 2009. In Canada en de VS, waar het concept vandaan komt, bestaan ze al veel langer. Ze heten daar Business Improvement District (BID). Begin deze eeuw kreeg het BID navolging in Engeland en Duitsland. Een onderzoek uit 2005, “Business Improvement District; ondernemersinitiatief beloond”, concludeerde dat een BID ook in de Nederlandse context veel voordelen kan bieden. Om dat aan te tonen is er eerst geëxperimenteerd. Na een positieve evaluatie werd in 2015 de definitieve BIZ-wet van kracht.

Meer dan 300 BIZ-zen

Ondertussen zijn er in Nederland meer dan 300 BIZ-zen actief, in verschillende soorten gebieden als winkelcentra, centrumgebieden en bedrijventerreinen. Groot en klein, met budgetten van 5.000 euro tot over een miljoen. Deelnemers zijn de in de BIZ gevestigde ondernemers en/of vastgoedeigenaren. Zij zijn verplicht financieel bij te dragen. De gemeente heft de bijdrage in de vorm van een belasting en keert de opbrengst vervolgens aan de BIZ uit. Alle BIZ-zen samen halen zo jaarlijks meer dan 25 miljoen euro op en kunnen zo jaarlijks meer dan 25 miljoen euro investeren in de versterking van hun eigen gebied.

Zorgvuldige procedure

Een zorgvuldige procedure gaat daaraan vooraf. Het gaat immers om een verplichte bijdrage in de vorm van een gemeentelijke belasting. De gemeenteraad moet daarmee instemmen (de raad kan ook weigeren) en moet een verordening vaststellen. Vervolgens kunnen alle toekomstige bijdrageplichtigen hun stem uitbrengen. Van de uitgebrachte stemmen moet tweederde voor zijn. Dat vraagt een intensieve voorbereiding. Desondanks kan het gebeuren, dat de vereiste meerderheid niet wordt gehaald. De BIZ gaat dan niet door. Is het draagvlak er wel, dan is de BIZ van kracht voor een termijn van maximaal vijf jaar. Tussentijds kan alsnog een stemming worden gehouden over het voortbestaan. Willen de deelnemers de BIZ na afloop van de termijn voortzetten, dan moet opnieuw de gehele procedure worden doorlopen.

Van, door en voor ondernemers

BIZ-zen zijn van de ondernemers (en/of eigenaren) en worden door de ondernemers bestuurd en uitgebaat ten voordele van de ondernemers. Iedereen betaalt mee, gratis meeliften is er niet bij. De zorgvuldige procedures en wettelijke regels en termijnen zorgen ervoor dat de deelnemers elkaar scherp houden. Het geld – hun geld – moet zo goed mogelijk worden besteed. Dat geld mag alleen worden besteed aan de activiteiten die de deelnemers vooraf met elkaar en met de gemeente hebben afgesproken. Ze hebben dat vastgelegd in een BIZ-plan en een uitvoeringsovereenkomst. Een jaarlijkse verantwoording hoort daar ook bij.

Voorbeeld voor bewonersinitiatieven

Voor initiatieven uit de wijk kan de BIZ een inspirerend voorbeeld zijn. De BIZ biedt een bijzondere samenwerkingsvorm om de waarde van een gebied met lokaal ondernemerschap, lokaal vermogen en lokale geldstromen te verhogen. Alle deelnemers hebben daarvan profijt. Dat is ook waar veel bewonersinitiatieven voor staan: samen waarde aan buurt, wijk of dorp toevoegen. Voor deze initiatieven is er (nog) geen wettelijke kader, laat staan een wet die deelnemen afdwingbaar maakt. De BIZ biedt hun wel diverse elementen die helpen om een buurtinitiatief een stevige basis te geven. Dat speelt des te meer waar bewoners taken van de gemeente willen overnemen.

Bewonersbod

Voor zo’n bewonersbod moet je stevig in je schoenen staan. Met de opstelling van een businessplan, zoals het BIZ-plan, maken deelnemers aan elkaar en de gemeente duidelijk wat hun wederzijdse belangen zijn en hoe het bewonersbod daaraan bijdraagt. Ook maken zij daarmee scherp wat hun doel is en wat hun initiatief moet opleveren, welke inzet nodig is aan mensen en geld en wie de verantwoordelijkheid draagt. De draagvlakmeting van de BIZ kan een voorbeeld zijn voor hoe de democratische legitimiteit van het initiatief te borgen; de uitvoeringsovereenkomst voor de samenwerking met de gemeente; de BIZ-stichting of -vereniging voor de rechtsvorm. Ook voor de verantwoording aan de gemeente en aan de buurt kan de BIZ tot voorbeeld dienen. Al gaat het bij het bewonersbod in de eerste plaats om gemeenschapsgeld, de inzet van eigen geld en het aanboren van geldstromen van derden kunnen het initiatief juist succesvol en duurzaam maken. Het bewonersbod staat in Nederland nog in de kinderschoenen. In Schotland is dat anders. De Community Development Trusts zijn daar stevig verankerd in de wet.

Wijkcoöperatie

De wijkcoöperatie biedt een andere mogelijkheid om een bewonersinitiatief vorm te geven. Ze zou de Nederlandse versie van de Community Development Trust kunnen zijn. De wettelijke basis moet er dan nog wel komen. De gemeente zou in de wijkoöperatie kunnen participeren als beide daarbij belang hebben. Een BIZ kan dat ook doen, mits de deelneming in de coöperatie ook de BIZ ten goede komt. Er zijn allerlei activiteiten en projecten te bedenken waarin de belangen van een BIZ en van een wijk samen komen en wijk en BIZ beide profijt hebben van een gemeenschappelijke inzet. Bovendien brengt de BIZ belangrijke competenties in als ondernemerschap, zakelijkheid, omgaan met risico’s en gaan voor de winst.

Geld stroomt de wijk in maar ook weer uit

Geldstromen door de Wijk

Dat past allemaal heel goed bij Geldstromen door de Wijk. Toen bleek dat Joost Menger zijn activiteiten wilde gaan beëindigen en zijn website te koop aanbood, wilden we daar graag op ingaan. In de gesprekken die volgden speelden onze intenties een belangrijke rol. Geldstromen door de Wijk wil vanuit de eigen praktijk en kernwaarden het kennisplatform BIZ verder ontwikkelen. Dat doen we in samenhang met de kennisdeling en activiteiten die we op andere deelterreinen van de wijkeconomie ontplooien. Geldstromen door de Wijk wil daarom de informatie die Joost Menger op zijn website openbaar beschikbaar stelde, verder uitbreiden en voor iedereen beschikbaar en toegankelijk houden. Met die intentie hebben we de website overgenomen.

Nieuw jasje, nieuw elan

We hebben de website in een nieuw jasje gestoken. Waar nodig hebben we informatie en documenten geactualiseerd. We hebben de naam simpel gehouden: BedrijvenInvesteringsZone.BIZ, dat is meteen de domeinnaam. Onder die naam is er een eigen pagina op LinkedIn en op Facebook. Ook op Twitter zijn we aanwezig en actief. Ondertussen zijn op de website de meer dan 300 actieve BIZ-zen in beeld, met naam en toenaam, aard en ligging.

We willen het veld verder uitbreiden met informatie over gemeentebrede ondernemersfondsen. Waar interessant en voor de goede zaak zullen we samenwerking aangaan. Met Geldstromen door de Wijk en BedrijvenInvesteringsZone.BIZ en de kennis en kunde van de initiatiefnemers Labyrinth Onderzoek en Advies en Pieter Buisman Advies kunnen we bruggen slaan tussen ondernemers en bewoners. Dat alles steeds met het oog op de sociaaleconomische versterking van buurten, wijken en dorpen.

Logo Bedrijven Investerings Zone

Geldstromen door de Hoge Mors

Meer met minder geld

Hoe kunnen we meer doen en meer bereiken met hetzelfde of minder geld? Deze vraag stond centraal in het project ‘Geldstromen door de Hoge Mors’. Samen met de gemeente Leiden en diverse instellingen heeft Geldstromen door de Wijk daarom de geldstromen door de buurt Hoge Mors in beeld gebracht. Niet voor het plaatje, al ziet dat er nog zo indrukwekkend uit, maar om met dat inzicht de geldstromen en het lokale vermogen van de buurt effectiever in te zetten en meer rendement te laten geven. De opdracht komt voort uit de Transformatieagenda 2016-2017, Leidse aanpak van de transformatie sociaal domein. We hebben ons daarom vooral gericht op de gemeentelijke geldstromen in het sociaal domein en geldstromen die daarmee in verband te brengen zijn.

De Hoge Mors

De gemeente Leiden heeft voor dit project de keuze gemaakt voor de buurt De Hoge Mors: een overzichtelijke buurt met 5000 inwoners, 2500 woningen een gemiddeld besteedbaar inkomen 10 procent onder het Leidse gemiddelde; niet de zwakste of meest problematische buurt van Leiden, maar wel een die de nodige aandacht vraagt vanwege onder meer de sociaaleconomische situatie, de leefbaarheid, de veiligheid in delen van de buurt en de ontwikkelingen rond het Diamantplein.

Onderzoeksgebied geldstromen door de Hoge Mors

Geldstromen in beeld

Doordat de gemeente op elementenniveau inzicht heeft gegeven in de begroting en jaarrekening van 2017 en de begrotingen van 2018-2022, konden in detail de geldstromen worden geïdentificeerd die voor de vraagstelling relevant waren. Dat gaf niet alleen inzicht in de samenstelling en de onderlinge samenhang, maar ook aanleiding tot vragen naar achterliggende doelen en omstandigheden. Daarmee was echter nog niet de slag naar de Hoge Mors gemaakt. Gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen zijn immers ingericht op functies, de verticale geldstroom, niet op wijken en buurten, waardoor geldstromen meer horizontaal zouden kunnen worden benaderd.

Om een getrouw beeld van de geldstromen door de Hoge Mors te krijgen is daarop met inzet van de gemeente de detailinformatie opgehaald van de werkelijke uitgaven en inkomsten, met name voor Werk en Inkomen en Maatschappelijke Ondersteuning. Voor relevante geldstromen die buiten de gemeente om lopen, zoals uitgaven en inkomsten in de zorg, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn de geldstromen benaderd op basis van informatie uit openbare bestanden.

Geldstromen door de Hoge Mors

De geldstromen zijn verbeeld in een stroomdiagram. In het onderste deel zijn de geldstromen opgenomen die rechtstreeks naar de Hoge Mors te herleiden zijn. In het bovenste deel zijn de geldstromen opgenomen naar de belangrijkste gesubsidieerde instellingen. Dit zijn geldstromen op stedelijk niveau die voor een deel neerdalen in de Hoge Mors. Ook het Sociaal Wijkteam en het Jeugd- en Gezinsteam zijn hierin opgenomen.
Het beeld laat niet alleen zien hoe complex het geheel van geldstromen is (en dan nog maar voor een deel), het daagt vooral uit om de onderliggende doelen te duiden en op zoek te gaan naar mogelijkheden voor meer rendement. 

30 miljoen

Er gaat al gauw 30 miljoen door de Hoge Mors in het sociale domein. Voor een groot deel daarvan is de gemeente direct verantwoordelijk. Daarnaast liggen er verantwoordelijkheden bij het rijk en de zorgverzekeraars en bij instanties die in opdracht van de gemeente werken.

De grote complexiteit veroorzaakt informatieruis, organisatiefricties en transitiekosten. Er zijn veel eilandjes, de onderlinge communicatie is zwak en de administratieve last is hoog, kwam onder meer uit de gesprekken naar voren. Alles bij elkaar gaat het om veel collectief geld. Dat stroomt vooral verticaal (verkokerd) in plaats van horizontaal (verbindend). De Hoge Mors in zijn geheel ligt sociaaleconomisch onder het gemiddelde van Leiden, maar niet extreem, maar binnen de buurt de verschillen groot kunnen zijn. Nadere analyses, vooral ook op de kwalitatieve aspecten, zijn gemaakt voor Werk en Inkomen, Maatschappelijke Ondersteuning, Zorg en Welzijn.

Uitdagingen

Op grond hiervan zijn uitdagingen geformuleerd om tot een effectievere inzet van mensen en middelen te komen. Die uitdagingen zitten in het geheel van het systeem (maak het eenvoudiger, doeltreffender) en in de concrete aanpak en initiatieven in de buurt (meer mensen aan het werk, meer mensen gezond). En uiteraard is de combinatie daarvan, want voor initiatieven uit de buurt zijn soms systeemwijzigingen nodig, en omgekeerd kunnen systeemwijzigingen het eiogen initiatief stimuleren. Vraagstukken en opgaven op het gebied van werk, gezondheid, armoede, schulden, isolement en onderwijs en opleiding staan sterk met elkaar in relatie. De aanpak daarvan levert meer op als ook de inzet van mensen en middelen met elkaar in verband wordt gebracht.

Aan de slag op verschillende niveaus

Met een strategie ‘van onder naar boven’ zijn op verschillende niveaus mogelijke acties benoemd die op korte of langere termijn, met veel of weinig moeite en vooral in onderlinge combinatie kunnen bijdrage aan meer waarde voor de Hoge Mors. Belangrijk is daarmee vooral zelf aan de slag te gaan, samen met de andere betrokkenen binnen en buiten de buurt en met het beeld van de geldstromen voor ogen en in het achterhoofd.

Strategie en kansen inzet geldstromen

Zeggenschap over de Geldstromen door de School

Hoogste tijd voor een goed gesprek. Kom 15 mei naar Pakhuis de Zwijger en discussieer mee!

Jaarlijks geeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap meer dan 10 miljard euro uit aan het basisonderwijs, maar slechts weinig mensen weten waar dat geld allemaal door en langs stroomt, vóór het terecht komt bij de leerling of de salarisstrook van de leerkracht. Vanaf 2021 krijgen ouders en leerkrachten via de medezeggenschapsraad meer te vertellen over de begroting van hun school. Hoe benutten zij die invloed goed? En wat hebben ouders en leerkrachten nodig om geïnformeerd mee te praten en mee te beslissen? Welke rol is er dan weggelegd voor de schoolleider, schoolbestuurder en de Raad van Toezicht en hoe is hun zicht op de geldstromen rondom de school?

Geldstromen door de School overzicht

Naar aanleiding van het onderzoek dat Geldstromen door de Wijk samen met Marije van den Berg van Democratie in Uitvoering, Ouders en Onderwijs, de gemeente Leiden en de schoolleiding van OBS Lucas van Leyden hebben uitgevoerd, organiseert Pakhuis de Zwijger daarom op woensdag 15 mei een goed gesprek voor iedereen die zeggenschap wil over geld in het basisonderwijs. Om je aan te melden, ga naar Pakhuis de Zwijger.

Helft onderwijsgeld komt niet in de klas terecht

Neem de school als uitgangspunt. Draai het systeem van onderwijsfinanciering om. En geef de school de zeggenschap over het geld en hoe zij dat wil besteden. Dat is de aanbeveling op grond van twee jaar onderzoek naar de geldstromen door de school.

Als je nadenkt over wat een basisschool is, dan zie je een leerkracht voor je, met leerlingen in een lokaal, een schoolplein en een conciërge. In wezen heel simpel. Zo zou het ook met het onderwijsgeld moeten zijn. Dat blijkt in werkelijkheid echter heel anders.

Ingewikkelde kluwen

In 2016 kwam Marije van den Berg van Democratie in Uitvoering naar Geldstromen door de Wijk met de vraag of we wilden meewerken aan een onderzoek naar de geldstromen door de school van haar kinderen. In eerste instantie om te kijken: wat kan er meer op onze school met hetzelfde geld? Samen met de schoolleiding, Ouders en Onderwijs en de gemeente Leiden gingen we aan de slag. Al gauw schreven we in onze zoektocht vele flappen vol en kwamen we langs allerlei stromen en stroompjes uiteindelijk bij OCW terecht. De geldstromen door de school bleken een ongelofelijk ingewikkelde kluwen.

Geldstromen door de School overzicht

10 cent verschuiven

We ontdekten ook: van elke euro die OCW aan het basisonderwijs uitgeeft, komt slechts 52 cent aan in de klas. Waar is dan die andere 48 cent van OCW gebleven? Tegen de stroom op kom je dan langs de directeur van de school, de bestuurder van de onderwijsstichting en de raad van toezicht, langs de organisatie voor passend onderwijs, het vervangingsfonds voor als een leraar ziek is, een aantal gemeentelijke afdelingen en nog een paar instellingen met een directie, een staf, een bestuur en een raad van toezicht. Daar zitten allemaal nuttige dingen tussen, maar je kunt je afvragen of daarvoor de helft van het geld nodig is. Kan dat niet efficiënter en kan er niet meer geld rechtstreeks naar de klas? Tien cent per euro verschuiven naar de klas betekent meer geld voor het onderwijs direct aan leerlingen. Daar kan een leerkracht heel wat mee doen: een hulp er bij, een nieuwe methode, laptops, al wat voor zijn leerlingen het beste is.

Geldstromen door de School werksessie 1Geldstromen uit de SchoolGeldstromen door de School werksessie 2

Begin bij de school

Alleen: de school kan nauwelijks over die verschuiving besluiten. Die keuzes worden buiten de school gemaakt, omdat de helft van het geld buiten de school al verdeeld en bestemd is. Volgens ons moet daarom de zeggenschap over onderwijsgeld bij de scholen komen. Scholen kunnen zelf, samen met ouders, prima keuzes maken over waar zij het geld aan moeten uitgeven, welke expertise ze moeten inhuren, waar ze slim kunnen samenwerken. En ze weten ook het beste welke uitgaven niet bijdragen aan de onderwijskwaliteit op hun school. Daarom zeggen we: keer het om, begin met de bekostiging van het onderwijs op de school en leg daar de zeggenschap neer.

Geldstromen door de School - werksessie 3Geldstromen door de School - oplossingenGeldstromen door de School bij OCW

Reuring

Over geld en onderwijs worden op dit moment heel wat discussies gevoerd. De Onderwijsraad, de Tweede Kamer, de Minister, de PO-Raad, de leraren, ouders, ze willen of moeten er allemaal wat over zeggen (en er ook wat over te zeggen hebben – wat een stapje verder gaat). Ons onderzoek heeft inmiddels ook wat stof doen opwaaien. We presenteerden het bij OCW, de Volkskrant wijdde er drie pagina’s aan en het gaat rond op de sociale media. Er is ook een website: Geldstromen door de School. Daar staan onze aanbevelingen, de uitkomst en de verantwoording van het onderzoek en filmpjes die het allemaal nog eens uitleggen. Wil je  die stroompjes en stromen zelf nalopen, dan kan dat via een link naar die ingewikkelde kluwen. Wil je zelf aan de slag met de geldstromen door jouw school, wil je met ons meedoen, heb je interessante informatie of wil je nog meer weten, neem dan gerust contact met ons op. Wij zijn nog lang niet klaar met de Geldstromen door de School.

 

Wat kost een leerling?

Grofweg 6.700 euro trekt de Rijksoverheid jaarlijks uit voor elke basisschoolleerling. Dat geld komt niet allemaal in de klas terecht. Waar blijft het dan?

Twee jaar geleden kwam Marije van den Berg van Democratie in Uitvoering naar Geldstromen door de Wijk met het idee om op zoek te gaan naar de geldstromen door de school. Dat werd een ware ontdekkingstocht door de lumpsumjungle.Geldstromen door de School

Lees er meer over in het artikel ‘Hoeveel kost een basisschoolleerling? in de Volkskrant en op de website van Geldstromen door de School.

Vacature voor ondernemende stagiair / trainee

Geldstromen door de Wijk stimuleert door inzicht te geven in geldstromen en lokaal vermogen bewoners, wijkondernemers, bedrijven, instellingen en overheid om meer waarde te creëren voor hun wijk, buurt of dorp.

Wij zoeken voor een periode van een half jaar, voor ca. 16 uur per week

een ondernemende stagiair / trainee

die mee wil bouwen aan onze benadering, gereedschapskist en databestanden.

  • Vind je ook dat we met minder geld meer kunnen bereiken;
  • Ben je nieuwsgierig, initiatiefrijk, creatief en op zoek naar hoe het anders kan;
  • Kijk je over grenzen heen en weet je verbanden te leggen tussen verschillende werelden;
  • Duik je graag in de cijfers en data en kom je boven met heldere analyses en presentaties;
  • Heb je handigheid in presentatiemiddelen, databestanden, ict en wordpress;
  • Ben je een teamspeler die zelfstandig aan de slag kan, zich makkelijk aanpast en weet van doorzetten;
  • Voel je je aangetrokken tot de wijkeconomie, de geldstromen en de daarbij betrokken actoren en processen;
  • Heb je een commerciële instelling en kun je zaken goed overbrengen;
  • Ben je pas afgestudeerd of in de laatste fase van je studie sociale geografie, bedrijfskunde, bestuurskunde, economie, planologie, sociologie, politicologie of aanverwante richting aan HBO of universiteit;
  • En woon je bij voorkeur in (de nabijheid van) Utrecht
  • Kortom, denk je: bovenstaande past precies bij mij (of bijna) en daar wil ik me graag voor inzetten;

Stuur dan je cv en motivatie, liefst met een kort filmpje en referenties aan sollicitatie@geldstromendoordewijk.nl

Op www.geldstromendoordewijk.nl vind je meer informatie over wie we zijn, wat we doen en waarvoor we staan.

Heb je vragen over deze vacature, neem dan contact op met Pieter Buisman, e-mail: info@geldstromendoordewijk.nl, telefoon: 06 54 24 51 00

Stuur je reactie naar sollicitatie@geldstromendoordewijk.nl

Download hier de pdf van deze vacature

Gemeenschapskracht – somewhere vs anywhere

Op 17 mei 2018 werd in Stadion Galgenwaard de Eerste Nationale Dialoog Gemeenschapskracht gehouden. Met deze dialoog wordt beoogd dat de vele initiatieven vanuit wijken, buurten en dorpen zich zelf en elkaar kunnen versterken. ‘Gemeenschapskracht’ in het kwadraat zou je kunne zeggen. Dat dat niet alleen kracht vergt van onderop, maar ook verandering aan de bovenkant zal duidelijk zijn. Geldstromen door de Wijk-partner Nathan Rozema was vanuit Krachtstation Kanaleneiland als een van de key-notes uitgenodigd om de spanning tussen ‘van onderop’ en ‘van bovenaf’ voor het voetlicht te brengen. Of beter de ‘Uitdagingen voor de systeemwereld’ om die Gemeenschapskracht effectief te laten werken.

Anywhere vs somewhere

Een van de grote hobbels is dat men elkaars taal niet spreekt: het zijn letterlijk twee totaal verschillende werelden die eerder naast elkaar dan met elkaar bewegen. Die tweedeling zien we in allerlei delen van de samenleving toenemen. En de oorzaken daarvan zitten diep. De schrijver Davis Goodhart typeert dat in zijn best-seller ‘The road tot somewhere‘ in een scheiding tussen mensen die zich ‘anywhere‘ kunnen ontwikkelen en degenen die zich ‘somewhere‘ voelen achtergelaten. In de systeemwereld heersen ‘anywheres‘: zij zullen veel meer de taal en de cultuur van de ‘somewheres‘ moeten leren spreken om tot een echte dialoog te komen. Waar het op deze Eerste Nationale Dialoog natuurlijk om te doen is.

Er is structureel meer aandacht en inzet nodig voor de onderkant van de samenleving en vooral om deze niet alleen sociaal, maar ook economisch te versterken. Meer werk door de wijk dus. Maak van burgerparticipatie een verdienmodel, dan wordt het echt duurzaam. En doorbreek de arrogantie van kennis en macht: in de wijken zit veel meer talent, kracht en ondernemerschap dan wij denken. Een aantal voorbeelden laat zien hoe vertekend, maar ook hoe zelfgenoegzaam het wereldbeeld van de ‘anywheres‘ is.

Wat te doen? Inderdaad DOEN!

  • Laat mensen niet alleen eigen verantwoordelijkheid nemen, maar geef hun ook zelfbeschikking over de middelen: het een kan niet zonder het ander;
  • Doorzie en doorbreek de paradox van de schaal: doe klein wat klein kan, doe groot wat groot moet; klein en groot, lokaal initiatief en systeemwereld kunnen niet zonder elkaar, ze hebben elkaar hard nodig, maar wel in een goede samenwerking die zijn basis vindt in de unieke eigen kracht;
  • Focus daarom op de onderscheidende kwaliteit van de eigen organisatie; waarin is jouw organisatie uniek en kan niemand beter?; vooral de systeemwereld kan veel kaf van zich schudden; dat scheelt niet alleen veel geld; het verhoogt ook de werkvreugde.

Zet op basis hiervan je strategie uit, ga aan de slag, heb veel geduld en doorzettingsvermogen en ga altijd uit van een verdienmodel. Zorg dat de geldstromen naar je toekomen!

Voor de presentatie van Nathan Rozema klik hier. Voor een impressie van zijn betoog en de gehele manifestatie kijk naar dit filmpje.

Voor wie zich hierin verder wil verdiepen, lees:

 

Stadscoöperatie Samen030 opgericht

Sociaal makelaarschap door en voor de buurt

Vijf buurt- en wijkorganisaties in de stad Utrecht hebben het initiatief genomen tot bundeling van krachten in de Stadscoöperatie SAMEN030. Met deze stadscoöperatie willen zij in gezamenlijkheid het sociaal makelaarschap in heel Utrecht kunnen organiseren. Dit onder ‘eigenaarschap’ van inwoners zelf, via buurt- en wijkinitiatieven/-organisaties. Inwoners zijn zelf, in samenwerking met wijkpartners, verantwoordelijk voor het ‘meedoen’ van mensen in Utrecht en voor het bevorderen van hun gezondheid en welzijn in de breedste zin van het woord.

Geldstromen door de Wijk-partner Nathan Rozema is vanuit Krachtstation Kanaleneiland een van de initiatiefnemers. De andere initiatiefnemers zijn de BuurtWerkKamer Coöperatie, Stichting Wijkinformatiepunt Utrecht, Power by Peers en Zorgbelang Gelderland | Utrecht.

Alle bij de stadscoöperatie aangesloten wijk- en buurtorganisaties voeren in de eigen buurt of wijk het sociaal makelaarschap uit, samen met andere inwoners en wijkpartners. Daar waar nog geen buurt- of wijkorganisaties actief zijn, is de stadscoöperatie aan zet, totdat er een buurt- of wijkorganisatie door inwoners is opgericht. Nieuwe en bestaande buurtorganisaties kunnen zich aansluiten.

Meer rendement: in geld én zingeving

Gemeenschapskracht is wat hen bindt: de positieve energie die vrij komt als mensen elkaar helpen om steeds meer doelen beter te bereiken door hun talenten en middelen te delen. Inwoners zijn in hun wijk betrokken en ervaringsdeskundig hulppotentieel voor andere inwoners, professionals en gemeente en dat levert heel veel zingeving én rendement op. De ‘beweging naar voren’ lukt ons inziens alleen door de inzet en waardering van gemeenschapskracht.

Voor het sociaal makelaarschap in de de wijken en buurten loopt een uitvraag van de gemeente Utrecht. Het betreft een aanbesteding  voor een periode van zes jaar betreft met een budget 38,4 miljoen euro. SAMEN030 heeft daarop ingeschreven. Waarom nog langer organisaties van buiten de wijk inhuren als bewoners het ook zelf en beter toegespitst op buurt en wijk kunnen vormgeven, is de achterliggende gedachte. Dan blijven de geldstromen in de wijk en wordt een hoop aan overhead-kosten uitgespaard, geld dat direct ten goede kan komen aan het werk in de wijken.

Voor wie een verhaal weer horen uit de praktijk, bezoek Buurttuin de Zandloper.

Voor meer informatie, steunbetuiging of aanmelding als geïnteresseerd lid ga naar SAMEN030.

 

Geldstromen door Bospolder-Tussendijken

Bospolder en Tussendijken zijn twee buurten – vaak in een adem genoemd – in de Rotterdamse wijk Delfshaven. De inkomens zijn er laag en veel mensen hebben geen werk, maar er zijn ook buurtbewoners die initiatief nemen om de buurt te verbeteren en te versterken. Bospolder-Tussendijken (BoTu) heeft dan wel een zwakke sociaaleconomische positie, het heeft ook een hoog potentieel. Hoe kunnen buurtbewoners en buurtondernemers dat potentieel inzetten? Hoe kan de veerkracht en weerbaarheid van de buurt, de bewoners en bedrijven en ondernemers worden versterkt? En hoe kunnen lopende en toekomstige initiatieven hieruit rendabele businesscases ontwikkelen om deze ook economisch duurzaam te maken?

Meer met minder geld

Inzicht in de geldstromen draagt bij in de beantwoording van deze vragen. Daarom heeft DelfshavenCoöperatie aan Geldstromen door de Wijk gevraagd om samen met de Gemeente Rotterdam en de woningcorporatie Havensteder de geldstromen door Bospolder-Tussendijken in beeld te brengen. Het doel was niet om een volledige winst-en-verliesrekening van de wijk op te zetten, maar vooral die geldstromen in beeld te brengen die op buurt- en gemeentelijk niveau kansen bieden om met minder geld meer te bereiken. Daarom is gekozen voor de thema’s ‘werk en inkomen’, ‘armoede en schuld’, ‘wonen’ en ‘zorg en welzijn’. Het gaat om geldstromen die de sociaaleconomische positie van BoTu bepalen en beïnvloedbaar zijn door de instellingen, ondernemers en bewoners in de buurt. Bovendien het gaat hierbij vooral om gemeenschapsgeld, geld dat de samenleving moet opbrengen.

Geldstromen door Bospolder-Tussendijken

BoTu zou je daarbij een netto-ontvanger kunnen noemen. De inkomens die mensen uit werk verkrijgen, liggen relatief laag. Er zijn veel huishoudens die moeten leven van een uitkering. De zorgkosten zijn daarentegen relatief hoog. Er is dus reden genoeg om de balans naar de andere kant te doen bewegen, te meer daar, onder andere door de vergrijzing, de houdbaarheid van het sociale stelsel onder druk staat: we moeten met minder geld meer bereiken!

Veerkracht

De gemeente Rotterdam voert mede daarom het programma ‘Resilient Rotterdam’. Dit programma beoogt de weerbaarheid en veerkracht van de stad en haar bewoners te vergroten. Dat gaat over de volle breedte van de samenleving, de economie en de leefomgeving: over werk, bedrijvigheid, main-port, klimaat, energie, demografie enz. De vraag is nu, wat zijn in BoTu de urgente thema’s en opgaven waaraan prioriteit moet worden gegeven om van BoTu een veerkrachtige en weerbare buurt te maken?

Natuurlijk is het belangrijk dat ook BoTu weerbaar is tegen een stijgende zeespiegel, de opwarming van het klimaat en de uitputting van fossiele grondstoffen. Energiebesparing is voor de hele samenleving van belang, maar het energieverbruik is in BoTu relatief laag en daarmee ook de kosten. Veel mensen in BoTu zullen de investeringen om energie te besparen niet kunnen betalen en het is maar de vraag of zij er vervolgens per saldo in hun portemonnee op vooruit gaan. Ook bij andere thema’s geldt: ze zijn voor de samenleving en de lange termijn heel belangrijk, maar de positie van de bewoners van BoTu wordt er niet beter van.

Focus

In de optiek van Geldstromen door de Wijk zou in BoTu daarom de focus vooral moeten liggen op versterking van de sociaaleconomische veerkracht en weerbaarheid van de inwoners. Dat zijn thema’s als armoede, schuld, werk, gezondheid en opleiding, thema’s waarmee grote stromen gemeenschapsgeld zijn gemoeid. Bovendien zijn dit thema’s die elkaar sterk negatief beïnvloeden en daarmee zorgen voor neergaande spiraal: geen opleiding, geen werk, daardoor armoede en kans op schuld en door de stress veel gezondheidsklachten. Die neergaande spiraal ombuigen is de uitdaging en dat vraagt om juist in deze thema’s te investeren.

Bospolder-Tussendijken met veerkracht in de spiraal omhoog

Dit vraagt in de eerste plaats een intensieve samenwerking tussen instellingen met als doel meer effect te krijgen uit de gezamenlijke investeringen en deze efficiënter in te zetten. In de tweede plaats kunnen het ondernemerschap, de vele initiatieven en het arbeidspotentieel in de wijk zich voor die veerkracht en weerbaarheid inzetten. De geldstromen laten zien dat er veel kansen zijn om lokaal zaken met minder middelen en meer resultaat op te pakken. En daarmee wordt direct de veerkracht en weerbaarheid vergroot. In de derde plaats is het zaak bij investeringen in andere thema’s als energiebesparing, beheer en onderhoud, water enz. zich steeds de vraag te stellen hoe deze kunnen bijdragen aan de sociaaleconomische versterking van de mensen in BoTu, dus op de thema’s waarop de focus ligt. Door een dergelijke benadering kan het potentieel dat in BoTu aanwezig is zelf de neergaande spiraal ombuigen in een opgaande. DelfshavenCoöperatie kan hierin een belangrijke gangmaker, aanjager en verbinder zijn.